|
Lettergrootte 100% 150% 200% Hoe komt de Klassiek Homeopaat tot een middelkeuze? In
de klassieke homeopathie heeft men de beschikking over een paar duizend
middelen. Klassiek homeopaten nemen de tijd voor een consult . Een eerste consult duurt als snel 1½ tot 2 uur, de vervolgconsulten gemiddeld 1 uur. Na het eerste consult als de patiënt weg is gaat de homeopaat eerst het e.a. rangschikken en analyseren, hij/zij bekijkt de zaak van alle kanten, daarna gaat hij repertoriseren daarmee wordt bedoeld dat hij/zij op zoek gaat naar middelen die gelijksoortige klachten teweeg brachten bij proefpersonen, daarna wordt geschift met de bedoeling dat er maar een aantal middelen overblijven. Vervolgens worden deze middelen met elkaar vergeleken m.a.w. er wordt een differentiaal diagnose gemaakt daarvoor wordt de materia medica gebruikt. (boeken met geneesmiddelenprovings) Vervolgens wordt weer geanalyseerd. Daarna moet een afweging worden gemaakt in welke potentie het middel gegeven gaat worden, hoe vaak en op welke manier het middel moet worden ingenomen. Soms liggen een aantal middelen heel dicht bij elkaar, ze komen nagenoeg overeen of uit de anamnese komen meerdere middelen naar voren. De homeopaat zal dan goed moeten nadenken over de zwaartepunten bij deze patiënt, waarna hij zijn keuze zal bepalen. De meeste mensen dragen meerdere middelen in zich. Als de patiënt na gemiddeld 5 a 6 weken terugkomt zal de homeopaat bepalen of de patiënt vooruit is gegaan. Zo kan het gebeuren dat na inname van een middel een klacht is verdwenen maar er een andere voor in de plaats is gekomen. De homeopaat beoordeelt of de patiënt in zijn totaliteit vooruit is gegaan of niet. Deze vragen zijn tijdens de homeopatische behandeling aan de orde van de dag. Immers door inname van een middel verandert het klachtenpatroon. Een klassiek homeopaat leert tijdens zijn opleiding hoe hij klachten moet interpreteren. Wat hij niet probeert te doen is klachten te onderdrukken, hij wil de patiënt in zijn geheel genezen. Het onderdrukken van klachten ontstaat vaak als alleen naar de klacht wordt gekeken en niet naar het totale beeld. De patiënt is dan blij dat hij van zijn huidklacht af is en heeft niet in de gaten dat de caraklachten die hij daarna misschien ontwikkelt een verband houden met het onderdrukken van zijn eerdere huidklacht.
Terug naar de index
|