Een
ander woord voor het syndroom van Guillain Barré is perifere neuropathie.
Het treedt acuut op. Perifere neuropathie is een beschadiging van de
perifere zenuwen, dus alle zenuwen in het lichaam met uitzondering van
die in de hersenen en het ruggenmerg. Het kan optreden als een complicatie
bij chronische aandoeningen zoals bv suikerziekte. Soms ziet men perifere
neuropathie optreden bij alcoholisten, indien er een groot vitaminegebrek
is, bij tumorvorming of indien men langdurig is blootgesteld aan grote
hoeveelheden geneesmidde- len en/ of chemische stoffen zoals bv arsenicum,
lood, koper, kwik e.d. In dit verband kan men ook denken aan bestrijdingsmiddelen.
Perifere neuropathie ontstaat geleidelijk behalve bij het syndroom van
Guillain Barré. (G-B) Voorafgaand aan G-B is er 9 van de 10x sprake
geweest van een virale infectie. Tevens kan het een reactie zijn op
vaccinatie. Vaak gaat alles gepaard met hevige symptomen die optreden
nadat de infectie over lijkt te zijn. Binnen enkele uren kan iemand
geheel of gedeeltelijk verlamd raken, ook de ademhaling kan er door
worden aangetast. De zenuwbeschadigingen zijn doorgaans niet blijvend,
al kan er een aantal maanden over heen gaan voordat iemand geen symptomen
meer heeft. Heel soms komt het voor dat restverschijnselen aanwezig
blijven en voor grote problemen zorgen. Onderstaande casus is daar een
voorbeeld van.
Casus
Het
betreft hier een jongetje van 7 jaar. Op de leeftijd van 1½ ontwikkelt
hij G-B. Hij raakt vanaf zijn middel naar beneden toe verlamd. Lopen,
eten, zitten, plassen en poepen is niet meer mogelijk. 5 weken ziekenhuisopname
volgt. Via diverse onderzoeken waaronder een ruggenprik blijkt dat hij
G-B heeft. Kort voor G-B is hij erg ziek geweest en had hoge koorts.
Langzaam
maar zeker knapt hij op. In oktober van datzelfde jaar is het weer raak,
3 weken opname volgen.
Op het moment van het consult in november 98 (hij is dan 7 jaar oud)
zijn de navolgende symptomen aanwezig. 24 uur per dag urineverlies.
Urine druppelt de hele dag naar buiten. Als hij wil plassen op de WC
moet er erg hard op de zijkanten van de buik gedrukt worden. Vervolgens
wordt een dun straaltje gecreëerd.
Hij heeft ernstige constipatie, keihard en als tennisballen zo groot
komt de ontlasting naar buiten. Behalve als hij zwemt, dan loopt onmiddellijk
de ontlasting zijn zwembroek uit. De anus blijft open staan ook als
er geen ontlasting is. Wondjes helen niet. Een klein onbeduidend wondje
groeit uit tot een etterende wond, die wel zo groot kan worden als een
kwartje. Hij zit altijd onder de bloeduitstortingen. Aan zijn benen
ervaart hij nooit pijnsensaties. Er kan in geprikt worden zonder dat
hij dat merkt. Als hij zijn voeten kapot loopt merkt hij daar niets
van.
Vanaf 1½ jaar tot aan het consult is het jongetje diverse malen onder
narcose geweest voor onderzoeken. Zelfs tijdens de 2e aanval van G-B.
Hij is toen gelijk geopereerd aan zijn ogen.
Het jongetje is overactief en praat de hele dag. Hij kan erg driftig
worden. Het is een slechte eter. Hij heeft het snel warm maar transpireert
nooit. Is nergens bang voor behalve voor de tandarts. De eerste 3 maanden
van zijn leven deed hij niets anders dan huilen. Tijdens de zwangerschap
voelde de moeder zich enorm geïrriteerd en obstinaat. Zij ontwikkelde
een hoge bloeddruk. Inmiddels wachten de ouders al twee jaar op een
nieuwe MRI-scan. Voordat G-B zich ontwikkelt was het jongetje nooit
echt ziek, alle bovengenoemde klachten zijn opgetreden na G-B en worden
gezien als restverschijnselen.
De
ouders hebben via zelfmedicatie met homeopathie het e.a. geprobeerd
zonder gewenst resultaat.
Wat
de homeopate zich afvroeg was, hoe kan een zo gezond kind, zo ernstig
ziek worden, nooit meer de oude worden en een ernstige pathologie ontwikkelen.
Wat direct opvalt aan deze casus is de pijnloosheid. Al is de ontlasting
nog zo volumineus en hard er is geen pijn, al valt hij allebei de knieën
kapot er is geen pijn. In het lichaam is een toestand van verlamming
opgetreden, er is geen pijn, er is geen gevoel, er is geen transpiratie,
wondjes helen niet.
Er is genoeg energie maar deze wordt niet aangewend om te herstellen.
Tijdens verdere analyse valt op:
Half november '92 krijgt dit jongetje een BMR vaccinatie, 2 weken daarna
wordt hij voor het eerst erg ziek met hoge koortsen, niet één dag, niet
één week maar de ziektetoestand duurt langer. Daarna knapt hij wat op,
om vervolgens G-B te ontwikkelen.
Het is bekend dat na vaccinatie G-B zou kunnen optreden. Waarschijnlijk
is dat ook hier de aanleiding geweest.
Na allerlei overwegingen besluit de homeopate niet te kiezen voor de
gepotentieerde BMR, maar voor een homeopathisch middel dat overeenstemming
vindt in de klachten.
Op het middel wordt onmiddellijk gereageerd. Zijn gedrag verbetert sterk
en hij gaat beter eten.
Na 10 dagen is er al een terugval. Zelfde middel, zelfde potentie. Hierop
gaat hij onmiddellijk weer vooruit. Veel rustiger, niet driftig. Wat
vooral opvalt is dat hij geen angst meer heeft voor de tandarts. Voorheen
was hij helemaal overstuur en moest dan overgeven. Nu zit hij er rustig
bij. De ontlasting is anders van kleur en de tennisballen zijn gereduceerd
tot keutels. Hij eet weer wat minder. Hij heeft geen dunne ontlasting
gehad in het zwembad. De urine is geler geworden, de sterkte van de
straal is toegenomen. Tijdens het plassen voelt hij dat hij plast. Tevens
is hij gaan transpireren.
Besloten wordt om gewoon af te wachten. Wel houdt de homeopate rekening
met een BMR blokkade. Uiteindelijk komt alle gevoel terug, ook wordt
hij emotioneler, wondjes helen goed en etteren niet meer, ontlasting
normaal en zindelijk. Soms heeft hij nog een ongelukje met plassen,
indien hij ‘s ochtends niet op tijd wakker is. Tijdens de gehele behandeling
die 2 jaar duurt krijgt hij hetzelfde middel in steeds wisselende potenties.
Slechts 2x is een ander middel nodig.
Behandeltijd:
2 jaar
Aantal consulten : 14
Aantal middelen: 3, waarvan 2 éénmalig.