Bij
fytotheraphie (kruidengeneeskunde) maakt men gebruik van plantenextracten
en deze worden zoveel mogelijk puur gegeven. Er worden middelen gegeven
die tegen de klacht inwerken, net zoals men dat regulier doet. Bij verstopping
wordt dan gekozen voor een fytotherapeutisch middel dat laxeert. Een
fytotherapeutisch middel moet meestal langduriger worden ingenomen.
Men kiest een bepaald middel bij één en dezelfde klacht
dat bij verschillende mensen gebruikt kan worden.
Een
homeopathisch middel is in de eerste plaatst verdund en geschud (gepotentieerd)
en wordt niet alleen maar gemaakt van planten maar kan bijvoorbeeld
ook bestaan uit mineralen en dierlijke bestanddelen. Bij het gebruik
van een homeopathisch middel wordt alleen een prikkel gegeven om het
zelfherstellende vermogen van het lichaam aan te zetten tot genezing.
In tegenstelling tot de fytotherapie geneest men het gelijke met het
gelijksoortige. Dat wil zeggen dat men een middel voor de patiënt
zoekt dat gelijksoortige klachten bij gezonde proefpersonen opwekt.
Dus fytotherapie heeft meer de reguliere benadering het gelijke
met het tegenovergestelde te behandelen en homeopathie het gelijke met
het gelijksoortige.
In de homeopathie schrijft men een middel voor op het totaalbeeld van
de persoon, dat doet men met fytotherapie niet. Homeopathische middelen
moeten dus bij de gehele mens passen en niet alleen bij zijn klacht.
Ook neemt men een homeopathisch middel vaak maar één maal
in.
Fytotherapeutische
middelen zijn bijvoorbeeld: Echinacea, een middel dat gebruikt wordt
om de weerstand te vergroten. In de homeopathie kent men veel middelen
met dit effect. In wezen is het zo dat ieder goed gekozen homeopathisch
middel de patiënt een beter afweersysteem zal geven.